Les 1: de begroeting Misschien wel het meest essentiële bij het communiceren: “Hoe begroet ik iemand in het Chinees?”. Ons eerste woordje: “Ni hao” • Betekenis: “goeiedag” • Uitspraak: “Niehauw” De klemtoon ligt op “hauw” en de /h/ mag wat schraperig klinken. De uitspraak zit een beetje tussen /h/ en /g/. Begroetingsregels: • Je schudt elkaar de hand. Niet buigen, dat doen ze in Japan. • Als je iemand een hand geeft en je je andere hand er bovenop legt, ben je heel blij je gesprekspartner te zien. • Terwijl je de hand schudt, niet in mekaars ogen kijken, maar schuin naar beneden kijken. Zo toon je respect voor je gesprekspartner. • Als je iemand een kaartje geeft, doe dat dan met beide handen. Als je iets in ontvangst neemt, gebruik dan ook beide handen. • Vermijd gele of witte bloemen als je iemand een ruiker geeft, want geel en wit zijn rouwkleuren in China. Ook Chrysanten geeft je, net als bij ons, beter niet. Les 2: Tellen De Chinese hebben een aparte manier van tellen. Als je kan tellen tot 10 kan je vrijwel alle cijfers vormen. Zo zeggen zij bijvoorbeeld de cijfers “2” en “10” na elkaar als ze “20” bedoelen, de cijfers “7”, “100”, “4”, “10” en “3” na elkaar als ze “743” bedoelen… enz. Je bent dus even zoet als je 738 925 wil uitspreken! Onze eerste cijfers: 1: ie: je gebruikt de normale toonhoogte. 2: eur: /r/ zeer kort uitspreken zodat de klank amper hoorbaar is. Je verlaagt je stem. 3: san: je verhoogt je stem. 10: shjie: je gebruikt de normale toonhoogte. Les 3: Landen Tijd voor een portie aardrijkskunde in de Chinese les! Altijd handig om te kunnen zeggen dat je “Belg” bent als je in China rondloopt. Here we go: België: Pele sje: Bij het eerste deel kan je denken aan de voetballer Pele. Het volledige woord doet denken aan “pilsje”. China: Tjoen gwo: Tjoen is een klik-klank en moet dus ook als een klik klinken. De “g” in “gwo” klinkt als de Franse g in “gateau”. Als je wil duidelijk maken dat je een inwoner bent van die landen, dan voeg je achteraan “ren” toe. De “r” spreek je uit zoals in het Engelse “run”. Een Belg = Pele sje ren Een Chinees = Tjoen gwo ren Weetjes: - “gwo” betekent “land”. - “Tsjoen gwo” betekent “middenland”. Vroeger tekenden de Chinezen hun wereldkaarten met China in het midden, vandaar “midden-land”. - “ren” betekent “mens van”. Les 4: de familie Hoe spreek je je naaste familieleden aan in het Chinees? Mama: maa-ma. De klemtoon ligt op de eerste “maa”. Het klinkt dus een beetje Italiaans. Je spreekt het uit op de eerste toon, dat wil zeggen vrij hoog. Papa: paa-pa. Opnieuw valt de klemtoon op de eerste lettergreep, in dit geval “paa”, en klinkt het Italiaans. De toonhoogte ligt lager dan bij maama (de vierde toon). Oma langs moeders kant: wai powe, waarbij je iets hoger spreekt bij “poew” en de “e” op het einde maar even laten horen. Het is een doffe “e” zoals in “het”. Opa langs moeders kant: wai gon, waarbij je “g” uitspreekt zoals in het Franse “gateau” Oma langs vaders kant: jč jč, alsof je rapt. Je spreekt het vrij hoog uit, op de eerste toon. Opa langs vaders kant: nai nai, je spreekt het lager uit dan jč jč. Weetjes: - “wai” betekent “vreemde” en kan je dus ook combineren met andere woorden. - De Chinezen hebben de gewoonte om altijd eerst de man te noemen en dan pas de vrouw bij de begroeting. Ze zeggen dus bv. “papa en mama” en niet “mama en papa”. - Vroeger was het de traditie in China dat de vrouw ging inwonen bij de familie van de man. Haar eigen ouders zag ze dan niet zo vaak meer en ze vervreemde er eigenlijk een beetje van. Daarom werden hŕŕr eigen ouders voor haar kinderen de “vreemde” oma en opa, terwijl de ouders van haar man gewoon oma en opa waren voor de kinderen, want die woonden in hetzelfde huis. - Toonhoogte is heel belangrijk in het Chinees. In totaal zijn er 4 tonen: TOON 1: blijft hoog TOON 2: stijgt en gaat dus van laag naar hoog TOON 3: blijft laag TOON 4: daalt en gaat dus van hoog naar laag Les 5: werkwoordsvervoeging, persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden. Wie nog altijd nachtmerries heeft over de lessen Latijn, Frans of een andere taal waarbij werkwoorden vervoegd worden, kan in het Chinees opgelucht ademhalen. Werkwoorden wordt niet vervoegd! Welke persoon je er ook voor plaatst, de vorm blijft altijd hetzelfde. Even op een rij: “zijn” = “sje” waarbij “e” dof klinkt zoals in de lidwoorden “de” en “het” “ik” = “wo” “jij” = “nie” “hij” of “zij” = “tha” “wij” = “wo men” “jullie” = “nie men” “zij” = “tha men” Merk op dat de meervoudsvormen “wij”, “jullie” en “zij” net hetzelfde zijn als respectievelijk “ik”, “jij” en “hij”, alleen wordt het woordje “men” er aan toegevoegd, wat dus aangeeft dat het gaat om een meervoudsvorm. Als je het werkwoord vervoegt, zie je dat de vorm hetzelfde blijft: “ik ben” = “wo sje” “jij bent” = “nie sje” “hij is” = “tha sje” “wij zijn” = “wo men sje” “jullie zijn” = “nie men sje” “zij zijn” = “tha men sje” Nog handig in het Chinees is dat de bezittelijke voornaamwoorden net hetzelfde zijn als de persoonlijke voornaamwoorden. Of je dus zegt “ik” of “mijn”, de vorm blijft hetzelfde. Dat wordt dan: “mijn” = “wo” “jouw” = “nie” “zijn” of “haar” = “tha” “ons” = “wo men” “jullie” = “nie men” “hun” = “tha men” “mijn papa” wordt dus “wo pa paa”. Soms wordt na het bezittelijk voornaamwoord nog het woordje “de” toegevoegd. Meestal gebeurt dat als je objecten wil aanduiden. Bv. “mijn boek”, “jouw kleren”, “hun huis”,… les 6: het werkwoord “willen” en het stellen van vragen. “jauw” = “willen wo jauw = ik wil nie jauw = jij wil tha jauw = hij wil wo men jauw = wij willen nie men jauw = jullie willen tha men jauw = zij willen Het stellen van een vraag in het Chinees doe je door op het einde van de zin het vraagpartikel “ma” te plaatsen. Als je bijvoorbeeld cola wil, dan wordt dat “wo jauw kele ma”. “Kele” = cola, waarbij “e” telkens dof wordt uitgesproken zoals in de lidwoorden “de” en “het”. “Khafé” = koffie, waarbij je “k” een beetje aspireert. “Thang” = soep OF suiker!! Beide betekenissen zijn mogelijk afhankelijk van de toon die je gebruikt! - Thang op een hoge toon (eerste toon) betekent soep. - Thang op een stijgende toon (tweede toon) betekent suiker. “Hampauw” = hamburger Enkele voorbeelden: - “nie jauw khafé ma” = Wil jij koffie? - “nie jauw khafé” = Jij wil koffie - “tha men jauw hampauw ma” = Willen zij een hamburger? - “tha men jauw hampauw” = Zij willen een hamburger les 7: Hoe stel je je voor in het Chinees en hoe neem je afscheid. 1) Jezelf voorstellen Wie al een paar films van James Bond gezien heeft, zal weinig of geen problemen hebben om zich voor te stellen in het Chinees. Net als James Bond zeggen de Chinezen eerst de familienaam en herhalen ze nadien de volledige naam, met dit verschil dat ze in het tweede deel eerst de familienaam zeggen en dan pas de voornaam. Een vergelijking: “My name is Bond, James Bond” “Nie sieng Bond, tsjauw Bond James” Chinezen kunnen je ook vragen hoe je heet. Dan zeggen ze “nie sieng sjang?” Letterlijk vertaald is dat dus “Hoe heet jij?” “Nie sieng” = “ik heet” Je gebruikt de vierde toon, dat wil zeggen een dalende intonatie. “Nie” betekent eigenlijk “jij” (tweede persoon enkelvoud), maar in deze vorm krijgt het de betekenis van “ik”. “Tsjauw” = “genaamd”. “Tsjauw” spreek je uit zoals het Italiaanse “ciao”. 2) Afscheid nemen Als je in het Chinees afscheid wil nemen, dan zeg je “dzai dzjen”. De “zj” in “dzjen” klinkt als “ch” in “choco”. “dzai” betekent letterlijk vertaald “opnieuw”. Eigenlijk zeg je dus “tot een volgende keer” of “tot we elkaar opnieuw ontmoeten”. les 8: titels van mensen, de bezitsvorm en hoeveelheden 1) Titels van mensen In het Chinees spreken ze mensen meestal aan met de achternaam en de functie die ze hebben en niet met voor- en achternaam, zoals bij ons. Uit de aanspreking kan je dus opmaken welke functie iemand heeft. Enkele voorbeelden: - Seeuws lauw sje = leraar Seeuws - Phil ie sjang = dokter Phil - Geens dzjie dzje = journalist Geens Letterlijk vertaald betekent “lauw” oud en “sje” meester. Voeg je dat samen, dan krijg je “oude meester”, wat voor Chinezen hetzelfde is als “leraar”. 2) De bezitsvorm Bezittelijke voornaamwoorden en persoonlijke voornaamwoorden zijn in het Chinees nagenoeg hetzelfde. Je gebruikt bijvoorbeeld zowel voor “ik” als “mijn” het woord “wo”. Om extra te benadrukken dat het over de bezitsvorm gaat, wordt het partikel “de” toegevoegd. Enkele voorbeelden: - wo sje Peter = Ik ben Peter - wo de lauwsje = Mijn leraar - wo de lauwsje sje Wim = Mijn leraar is Wim - wo de lauwsje sje Wim ma = Is Wim mijn leraar? Louter door op het einde het partikel “ma” toe te voegen, maak je er een vraag van. 3) Hoeveelheden Afhankelijk van wat je wil aanduiden, gebruik je andere woorden. Het maakt dus een verschil of je een hoeveelheid wil aanduiden bij personen of bij voorwerpen. Bijvoorbeeld: - eur ge iesjang = 2 dokters “g” in “ge” spreek je uit op de Franse wijze zoals in “gâteau”. les 9: Gelukkig Nieuwjaar! Ook in China wensen mensen elkaar een gelukkig nieuwjaar. Alleen gebeurt dat bij hen niet op 1 januari, maar eind januari. De exacte datum varieert elk jaar. Ze berekenen dat op basis van de stand van de sterren. Dit jaar vieren ze nieuwjaar op 29 januari. Dan start voor hen het jaar van de hond. Hoe zeg je “Gelukkig Nieuwjaar” in het Chinees? Sien njen hauw = een goed jaar, waarbij “h” een beetje tussen “g” en “h” ligt. Sien njen hauw kgoewai le = gelukkig nieuwjaar, waarbij je “kgoewai” aspireert zoals in het Engelse woord “cat” en “le” uitspreekt zoals het Franse lidwoord. “Sien” betekent “goed” en “njen” betekent “jaar”. Hoe zeg je je leeftijd in het Chinees? “njen” gebruik je alleen als je een kalenderjaar wil aanduiden, bv. het jaar 1998. Als het gaat over je leeftijd in de betekenis van “ik ben 30 jaar”, dan gebruik je een ander woord: “tswč”. Net zoals in het Frans zegt men niet “ik BEN 30 jaar”, maar wel “ik HEB 30 jaar”: “j’ai trente ans”. Een voorbeeld: Wo jauw sensje tswč = Ik heb 30 jaar waarbij “wo” ik betekent, “jauw” heb, “sensje” 30 en “tswč” jaar. Wil je ook een dag of een maand vermelden, dan gebruik je: Joewč = maand, waarbij je de laatste “č” uitspreekt zoals in “bel”. Re = dag waarbij je “r” uitspreekt zoals in het Engels, bv. zoals in “rain”. les 10 - beroepen Goeng run = arbeider. “g” spreek je uit zoals in het Franse “gâteau”. “Run” kwamen we al tegen in onze tweede les Chinees toen we het hadden over de inwoners van verschillende landen. “Run” kan je vertalen als “mens” Tcheng run = handelaar Mai dzje = verkoper waarbij “dzje” verwijst naar “persoon”. In dit geval dus een persoon die verkoopt. Dzjie dzje = journalist. Dit woord kwam eerder al ter sprake. Mie sjoe = bediende. Tie-ennauw tswaan tsjie-je = informaticus waarbij je “je” uitspreekt als onze je. “Tie-ennauw” betekent letterlijk vertaald “elektrische hersenen” en vrij vertaald “computer”, “tswaan tsjie-je” betekent “specialist”. Een informaticus is dus een specialist in elektrische hersenen. Luu sje = advokaat, wat je makkelijk kan onthouden als je denkt aan een “louche” beroep… Niet alleen de woorden op zich, maar ook de toon die je gebruikt, is in het Chinees heel belangrijk. Zo start je “mie sjoe” en “dzjie dzje” met de vierde of dalende toon. les 11 - werkwoorden Gwaan jeeng, gwaan jeeng = welkom. “g” spreek je uit zoals in het Franse “gâteau”. De Chinezen hebben de gewoonte het 2 keer te zeggen. Sjie-č sjč = dank u Goeng Zwo = werken (lijkt op arbeider = Goeng run) Tsuu = gaan naar Tsweisie = studeren Sje = zijn (“e” spreek je dof uit zoals in het lidwoord “de”) Jauw = willen In het Chinees worden werkwoorden niet vervoegd, dat hebben we eerder al geleerd. Je kan ze dus gewoon in zinnen plaatsen zonder iets aan de vorm te veranderen. Zo kunnen we zinnen maken: Wo goeng zwo = ik werk Wo de goeng zwo = mijn werk Wo tsuu wo de goeng zwo = ik ga naar mijn werk. Wo tsweisie hanju = ik studeer Chinees. “Han ju” betekent “Chinees Wo sje tswei-sje = ik ben student. “tswei-sje” betekent student. Het lijkt op het werkwoord voor studeren: “tsweisie”. Wo is het persoonlijke voornaamwoord “ik”, maar als je “de” toevoegt, krijgt het de betekenis van het bezittelijk adjectief “mijn”. les 12: Beleefdheidsuitdrukkingen in conversaties Als een Chinees je iets wil vragen, vraag hij eerst of hij je een vraag mag stellen: Tchieng Wen: Mag ik je iets vragen? De “e” in “wen” spreek je dof uit zoals in het lidwoord “het”. “Tchieng” betekent letterlijk “alstublief” en “wen” betekent “vragen”. Mogelijke antwoorden op vragen zijn: Poe Dzje tauw: Ik weet het niet. De “e” in “dzje” spreek je opnieuw dof uit. Mei gwčnsie: Het is niet erg. De “g” spreek je uit zoals in het Franse “gâteau”. Ksjie-e-sjč: dank u. De “e” in het midden is opnieuw dof. Poejong sjč: geen dank. les 14: sporten Dzoe – tsjoe = voetballen. “Dzoe” betekent letterlijk “voet”, “tsjoe” “bal”. Wang – tsjoe = tennissen. “Wang” betekent letterlijk “net”, “tsjoe” “bal”. Toe-poo = gokken. Ping-Pang-tsjoe = tafeltennis. Wonderwel is het niet “ping-pong” zoals bij ons. “Tsjoe” staat opnieuw voor “bal”. Tsie dze-tsing-tsje = fiets. “Tsie dze-tsing-tsje” betekent “gaan fietsen”. Je moet “e” in “dze” en “tsje” dof uitspreken zoals in “het”. Jouw-joeng = zwemmen Inthe-wang = internet en daar hoor je ook “wang” in dat “net” betekent. De “e” in “inthe” spreek je opnieuw dof uit.