Pigua quan was ooit bekend als harnas-dragen-boksen in het boek "Een nieuwe kijk op krijgskunsten" van generaal Qi Jiguang tijdens de Ming dynastie. Tegen het einde van de Ching dynastie beschouwden velen deze methode als een substijl van Tongbei quan. Vaak wordt deze stijl geleerd samen met Baji.
Piguaquan is een school die enorme bekendheid heeft in Cangzhou en wordt beschouwd als één van de weinige vormen die eigen zijn aan Cangzhou.
Piguaquan is sterk verspreid tijdens de Ming dynastie en dit voornamelijk in de provincie Hebei.
Vergeet niet dat Hebei een enorme schat aan stijlen heeft en vooral Cang county. (Pigua, liuhe en baji)
Wu Zhong is de stichter van deze vorm. Hij leerde deze van 2 Taoistische monniken. Dit was in Mong, een dorp in Cang county in Hebei. Hij werd zowel onderwezen in Pigua als Baji. Dit was in 1727. Pigua is een volledig systeem waarbij alle aspecten van het gevecht aan bod komen.
Tegen het einde van de Ching dynastie was deze stijl populair in Yanshan, Cang en Nanpi counties in Hebei.
Begin 1900 verspreidde Pigua zich tot de Beijing Tianjijng regio. Hier werd pigua opgenomen door de Zhonghua wushi hui (associatie van de Chinese krijgers) en verspreidde zich door heel het noorden van China.
Pigua is vlug herkenbaar aan de grote armbewegingen zoals bijvoorbeeld de kappende hand en de bewegingen van het bovenlichaam tijdens het uitvoeren van verschillende technieken. Het bekken wordt gebruikt als het centrum van de beweging en de aktie van de torso, armen en palmen. De training is gericht op het penetreren en domineren van de tegenstander. Men maakt meestal gebruik van palmtechnieen waarbij de hakkende beweging Pi wordt genoemd en de slaande beweging Gua. Ook gebruikt men harde en zachte technieken door elkaar in een continue beweging waarbij de dantien als controlerend centrum dient. Men zorgt ervoor dat de energie die in de bekken wordt gegenereerd langs de armen tot aan de handen wordt gebracht om zo tot een explosieve impact te komen. Dus de technieken lijken zacht maar komen hard aan.
Men maakt hier gebruik van plotse stops en abrupte starts tijdens de stijloefeningen.
Het is een typische noordelijke vorm die veel ruimte gebruikt.
Er bestaan verschillende scholen waar deze vorm wordt gegeven onder tongbeiquan maar ook in combinatie met bajiquan.
Cangzhou is berucht voor volgende vormen van de pigua school: vliegende tijger, blauwe draak, kannonboksen en kappende hand